Multiperspectiviteit

Gebeurtenissen, contexten en personen vanuit verschillende perspectieven bekijken

Aan elk verhaal zijn verschillende kanten. Maar we nemen dikwijls genoegen met één kant, één verklaring, één perspectief: “het eigen perspectief”. Omgaan met diversiteit houdt in dat men zich los kan maken van het eigen perspectief , via verschillende invalshoeken naar zaken kan kijken én zich kan inleven in het perspectief van degenen met wie men in interactie treedt.

Subcompetenties

  • De student is zich bewust van het eigen perspectief t.a.v. gebeurtenissen, contexten en personen.
  • De student kan verschillende perspectieven herkennen.
  • De student kan zich inleven in de situatie van iemand anders.
  • De student kan een onderwerp, een persoon vanuit verschillende invalshoeken bekijken.
  • De student onderkent en houdt rekening met de gevoelens, behoeften en meningen van anderen.
  • De student is nieuwsgierig naar en toont respect voor andermans mening en handelingen, ook als die niet overeenkomen met die van hemzelf.
  • De student stuurt het eigen referentiekader bij vanuit interactie met anderen.

Omgaan met diversiteit in het beroepsprofiel en de basiscompetenties van de leraar

1. Functioneel geheel 1: de leraar als begeleider van leer- en ontwikkelingsprocessen

1.1 De beginsituatie van de kleuters / leerlingen en de groep achterhalen

2. Functioneel geheel 2: de leraar als opvoeder

2.5 Adequaat omgaan met kleuters / leerlingen in sociaal-emotionele probleemsituaties en met kinderen met gedragsmoeilijkheden

6. Functioneel geheel 6: de leraar als partner van de ouders of verzorgers

6.1. Zich op de hoogte stellen van en discreet omgaan met gegevens over het kind / de leerling

6.3. In overleg met het team de ouders/verzorgers informeren over en betrekken bij het klas- en schoolgebeuren, rekening houdend met de diversiteit van de ouders

6.4. Met ouders/verzorgers in dialoog treden over opvoeding en onderwijs

10. Functioneel geheel 10: de leraar als cultuurparticipant

10.1. Actuele thema's en ontwikkelingen onderscheiden en kritisch benaderen rond de volgende domeinen het sociaal-politieke domein; het sociaal-economische domein; het levensbeschouwelijke domein; het cultureel-esthetische domein; het cultureel-wetenschappelijke domein. Attitudes: • A2 relationele gerichtheid: in contacten met anderen kenmerken van echtheid, aanvaarding, empathie en respect tonen.

Evalueren & observeren

Als veel studenten (niet) goed scoren met betrekking tot deze competentie, hoe zou je dit kunnen verklaren?

Je doet er goed aan om even na te denken of je vanuit je lespraktijk zicht hebt op deze competentie.

  • Zijn je studenten in staat om een gebeurtenis, persoon, vanuit een andere invalshoek te bekijken dan die van henzelf?
  • Zien studenten verschillende kanten aan één verhaal?
  • Zijn studenten bereid om even afstand te doen van hun eigen idee of overtuiging om te luisteren naar wat een ander hierover te vertellen heeft?
  • Kunnen studenten een idee of overtuiging van een ander in overweging nemen om zo hun eigen mening of houding aan te passen?
  • Vinden studenten het gemakkelijk om zich in te leven in de situatie van een ander?

Tips om zicht te krijgen op deze competentie:

  • Creëer een goede sfeer waarin de student zich vrij kan uitdrukken en er naar iedereen geluisterd wordt. Rek tijd uit zodat mensen elkaar leren kennen en vertrouwen. Creëer een fysieke omgeving waarin iedereen zich comfortabel voelt.
  • Nodig studenten uit om hun ideeën of hun ervaringen voor te stellen.
  • Help studenten hun posities, meningen en belangen te verduidelijken. Vraag bijvoorbeeld om eerst in deelgroepjes te praten, zeg iets om een situatie in perspectief te zetten,…
  • Moedig iedereen aan om actief naar elkaar te luisteren.
  • Laat voldoende ruimte voor dialoog en reflectiemomenten.
  • Schuw controversiële onderwerpen niet. Houd er wel rekening mee dat verschillende standpunten aan bod komen, ook als deze niet overeen stemmen met het eigen standpunt. Een aantal tips die je hierbij kunnen helpen zijn:
    • Stel meningen niet voor als feiten.
    • Profileer jezelf niet als enige autoriteit over de controverse.
    • Voor zover mogelijk, geef geen relaas van de standpunten van anderen, maar laat de eisen en beweringen voor zich spreken.
    • Uit je eigen voorkeuren ook niet op een onbewuste manier: gezichtsuitdrukkingen, gebaren,…
    • Laat geen correct standpunt doorschemeren in de keuze van diegenen die mogen antwoorden.
    • Neem een vogelperspectief aan, bekijk de discussie vanuit de hoogte.
    • Ga in tegen te snel bereikte consensus: stel kritische vragen die ertoe leiden dat ook andere standpunten of nuances worden overwogen.
    • Laat studenten een stap terug nemen als het te “heet “ wordt. Vraag hen hoe hun reacties het onderwerp weerspiegelen.
    • Bron:vormen vzw; educatief pakket "Controversiële onderwerpen in de klas"

Observatieschema

:

Lesinhoud / context:

Groep:

Beoordelaar:

Competentie: Gebeurtenissen, contexten en personen vanuit verschillende perspectieven bekijken

Subcompetentie

Datum

-

+/-

+

++

Waarom deze score?

Staaf met illustraties / voorbeelden.

De student is zich bewust van het eigen perspectief t.a.v. gebeurtenissen, contexten en personen.

 

 

 

 

 

 

De student kan verschillende perspectieven herkennen.

 

 

 

 

 

 

De student kan zich inleven in de situatie van iemand anders.

 

 

 

 

 

 

De student kan een onderwerp, een persoon vanuit verschillende invalshoeken bekijken.

 

 

 

 

 

 

De student onderkent en houdt rekening met de gevoelens, behoeften en meningen van anderen.

 

 

 

 

 

 

De student is nieuwsgierig naar en toont respect voor andermans mening en handelingen, ook als die niet overeenkomen met die van hen.

 

 

 

 

 

 

De student stuurt het eigen referentiekader bij vanuit interactie met anderen.

 

 

 

 

 

 

        

-           Moet verbeteren, er wordt meer verwacht

+/ -      Aanvaardbaar

+          Goed, voldoet aan de verwachtingen

++       Uitstekend, overtreft de verwachtingen

 

Activiteiten

Interpreteren & analyseren

  • Is het pedagogisch didactisch klimaat van die aard dat studenten zich vrij voelen om hun mening te uiten?
  • Kunnen studenten tijdens een gesprek luisteren naar de mening van de andere zonder daar onmiddellijk een waardeoordeel aan vast te knopen?
  • Is er voldoende gelegenheid om tijdens lessen in te gaan op hoe studenten bepaalde zaken bekijken en daarover met mekaar in gesprek te gaan?
  • Is er ruimte voor verschillende opvattingen, ideeën, oplossingsstrategieën, …?
  • Breng je als opleider zelf verschillende perspectieven aan?

 

Mogelijke acties

  • Creëer een goede sfeer waarin de student zich vrij kan uitdrukken en er naar iedereen geluisterd wordt. Rek tijd uit zodat mensen elkaar leren kennen en vertrouwen. Creëer een fysieke omgeving waarin iedereen zich comfortabel voelt.
  • Gebruik werkvormen die studenten uitnodigen om hun ideeën of hun ervaringen voor te stellen.
  • Zie een antwoord niet onmiddellijk als fout als het niet overeenstemt met het antwoord dat je in gedachten had! Ga liever na wat de reden kan zijn voor het antwoord.
  • Veeg negatieve gedachten en gevoelens niet weg, ga erop in en inventariseer ze. Ga na van waar de gedachten en gevoelens komen. Houd de studenten een spiegel voor, maak hen bewust van hun reacties en de gevolgen ervan (voor zichzelf, de klas).
  • Help studenten hun posities, meningen en belangen te verduidelijken. Vraag bijvoorbeeld om eerst in deelgroepjes te praten, zeg iets om een situatie in perspectief te zetten,…
  • Moedig iedereen aan om actief naar elkaar te luisteren.
  • Laat voldoende ruimte voor dialoog en reflectiemomenten.
  • Voorzie activiteiten waarbij studenten met elkaar moeten samenwerken om tot een resultaat te komen. Kies je groepssamenstelling zorgvuldig.
  • Maak gebruik van opdrachten waarbij studenten zich in een bepaald perspectief moeten inleven bvb. door te werken met rollen. De rollen betreffen hier zowel inhoudelijke rollen (directeur, zorgcoördinator,…) als rollen die met een bepaalde manier van denken worden geassocieerd (bvb. zes denkhoeden Di Bono).
  • Schuw controversiële onderwerpen niet. Houd er wel rekening mee dat verschillende standpunten aan bod komen, ook als deze niet overeen stemmen met het eigen standpunt. Een aantal tips die je hierbij kunnen helpen zijn:
    • Stel meningen niet voor als feiten.
    • Profileer jezelf niet als enige autoriteit over de controverse.
    • Voor zover mogelijk, geef geen relaas van de standpunten van anderen maar laat de eisen en beweringen voor zich spreken.
    • Uit je eigen voorkeuren ook niet op een onbewuste manier: gezichtsuitdrukkingen, gebaren,…
    • Laat geen correct standpunt doorschemeren in de keuze van diegenen die mogen antwoorden.
    • Neem een vogelperspectief aan. Bekijk de discussie vanuit de hoogte.
    • Ga in tegen te snel bereikte consensus: stel kritische vragen die ertoe leiden dat ook andere standpunten of nuances worden overwogen.
    • Laat studenten een stap terug nemen als het te "heet" wordt. Vraag hen hoe hun reacties het onderwerp weerspiegelen.

Bron: vormen vzw; educatief pakket "Controversiële onderwerpen in de klas

Concrete inhouden & activiteiten

Uitwerking

Lenny Gerinckx

Projectmedewerker  “Bruggen bouwen voor gelijke onderwijskansen”, Steunpunt Diversiteit en Leren

 

Bronnen:

 

De uitwerking kwam tot stand i.s.m. de lerarenopleidingen van de partnerinstellingen van het project “Bruggen bouwen voor gelijke onderwijskansen”.