Flexibiliteit

Functioneren in verschillende contexten, steeds wisselende omstandigheden en nieuwe situaties

Kunnen functioneren in een complexe samenleving veronderstelt dat we vlot kunnen switchen tussen verschillende codes die worden gehanteerd, naargelang context, personen, situaties, culturen. Hier gaat een dynamisch proces aan vooraf van observeren, afwegen, uittesten wat wel en niet kan, onderhandelen en zich manifesteren of aanpassen zonder het eigen referentiekader te verloochenen.

Subcompetenties

  • De student is zich bewust van de codes die worden gehanteerd in verschillende contexten.
  • De student kan een goede inschatting maken van wat in bepaalde situaties wel of niet kan en stemt zijn gedrag daar op af.
  • De student kan vlot switchen tussen verschillende codes.
  • De student kan zich gemakkelijk aanpassen aan een nieuwe situatie (andere werkvormen, andere groepssamenstelling, rollenspel, verschillende leerkrachten,...).

Omgaan met diversiteit in het beroepsprofiel en de basiscompetenties van de leraar

1. Functioneel geheel 1: de leraar als begeleider van leer- en ontwikkelingsprocessen

1.3 De leerinhouden/leerervaringen selecteren

1.4. Leer- en ontwikkelingskansen structureren en vertalen in onderwijsaanbod

1.5. Aangepaste werkvormen en groeperingsvormen bepalen

1.6. Individueel en in teamverband (ontwikkelings)materialen kiezen en aanpassen

1.7. Realiseren van een ontwikkelingsbevorderende omgeving met aandacht voor de heterogeniteit van de groep

1.11 Het leer-en ontwikkelingsproces adequaat begeleiden in Standaardnederlands en daarbij rekening houden met en gericht inspelen op de diverse persoonlijke en maatschappelijke taalachtergronden van de kleuters / leerlingen.

1.12 Omgaan met de diversiteit van de groep.

2. Functioneel geheel 2: de leraar als opvoeder

2.5 Adequaat omgaan met kleuters / leerlingen in sociaal-emotionele probleemsituaties en met kinderen met gedragsmoeilijkheden

2.6 De fysieke en geestelijke gezondheid van de kleuters / leerlingen bevorderen 2.7 Communiceren met kleuters met diverse taalachtergronden in diverse talige situaties.

3. Functioneel geheel 3: de leraar als inhoudelijk expert

3.2 De verworven kennis en vaardigheid aanwenden

4. Functioneel geheel 4: de leraar als organisator

4.2. Een een kindgericht / soepel en efficiënt les-en dagverloop creëren, dat past in een korte-en langetermijnplanning / passend in een tijdsplanning vanuit het oogpunt van de leerkracht en de leerlingen.

4.4. Een stimulerende en werkbare leef/klasruimte creëren, rekening houdend met de veiligheid van de kleuters / leerlingen

6. Functioneel geheel 6: de leraar als partner van de ouders of verzorgers

6.5 In Standaardnederlands of in een ander passend register, communiceren met ouders en verzorgers met diverse taalachtergronden in diverse talige situaties.

6.6 De leerkracht kan strategieën inzetten / ontwikkelen om te communiceren met anderstalige ouders.

7. Functioneel geheel 7: de leraar als lid van een schoolteam

7.5 In Standaardnederlands adequaat in interactie treden met alle leden van het schoolteam.

8. Functioneel geheel 8: de leraar als partner van externen

8.2 De leerkracht kan in Standaardnederlands adequaat in interactie treden met medewerkers van onderwijsbetrokken initiatieven.

8.4 De leerkracht kan in Standaardnederlands adequaat in interactie treden met medewerkers van onderwijsbetrokken initiatieven en van stage-of tewerkstellingsplaatsen.

Attitudes:

  • A8 flexibiliteit: bereid zijn zich aan te passen aan wijzigende omstandigheden, zoals middelen, doelen, mensen en procedures.

Evalueren & observeren

Als veel studenten (niet) goed scoren met betrekking tot deze competentie, hoe zou je dit kunnen verklaren?

Voor deze competentie is het interessant om studenten in verschillende contexten te observeren. Context wordt in de ruimste zin van het woord geïnterpreteerd. Het gaat niet enkel over de locatie bvb. tijdens lessen, praktijkseminaries, intervisies, uitstappen, stages,…; maar ook over de gehanteerde werkvormen bvb. groepswerk, rollenspelen, ... Het is aangewezen om bevindingen vanuit verschillende bronnen (stagebegeleiders, praktijkassistenten,…) naast elkaar te leggen.

  • Zijn studenten flexibel genoeg om binnen verschillende contexten te functioneren, om zich aan te passen aan een nieuwe situatie? 
  • Zijn studenten makkelijk te bewegen om bepaalde zaken anders aan te pakken?
  • Kunnen studenten afwegen wat in bepaalde situaties kan en niet kan en stemmen ze daar hun gedrag op af?
  • Hebben studenten oog voor wat er leeft bij anderen en houden ze daar rekening mee?

Het is daarbij belangrijk om zelf met de studenten het gesprek aan te gaan en open te trekken naar de hele groep. Dit kan gewoon na een groepswerk of het toepassen van een nieuwe werkvorm of naar aanleiding van een uitstap, een stageperiode of een bepaalde situatie die studenten meegemaakt hebben.

  • Waarom reageren studenten in een bepaalde situatie zo en in een andere situatie anders?
  • Vinden de studenten het moeilijk als ze in een andere omgeving of in een nieuwe situatie terechtkomen? Waarom?
  • Vinden de studenten het moeilijk om aan te voelen of te weten wat in bepaalde situaties al dan niet kan?
  • Hoe kan men zich aan situaties aanpassen zonder het eigen referentiekader te verloochenen?

Observatieschema:

Lesinhoud / context:

Groep:

Beoordelaar:

Competentie: Functioneren in verschillende contexten, steeds wisselende omstandigheden en nieuwe situaties

Subcompetenties

Datum

-

+/-

+

++

Waarom geef je deze score?

Staaf met voorbeelden.

De student is zich bewust van de codes die worden gehanteerd in verschillende contexten.

 

 

 

 

 

 

De student kan een goede inschatting maken van wat in bepaalde situaties wel of niet kan en stemt zijn gedrag daar op af.

 

 

 

 

 

 

De student kan vlot switchen tussen verschillende codes.

 

 

 

 

 

 

De student kan zich gemakkelijk aanpassen aan een nieuwe situatie (andere werkvormen, andere groepssamenstelling, rollenspel, verschillende scholen,…).

 

 

 

 

 

 

        

 

-           Moet verbeteren, er wordt meer verwacht

+/ -      Aanvaardbaar

+          Goed, voldoet aan de verwachtingen

++       Uitstekend, overtreft de verwachtingen

Activiteiten

Interpreteren & analyseren

  • Worden studenten vaak geconfronteerd met situaties waarin een zekere flexibiliteit wordt verwacht?
  • Moeten studenten vaak samenwerken met andere studenten?
  • Is er vaak afwisseling in methodieken tijdens de verschillende colleges?
  • Krijgen studenten in groepswerk regelmatig een andere rol?
  • Is er binnen de opleiding ruimte voor leren in verschillende contexten?
  • Komen de studenten aan de hand van stages in voldoende verschillende settings terecht?
  • Hebben de studenten voldoende zelfvertrouwen om zonder angst veranderingen te ondergaan?
  • Worden de studenten tijdens hun leerproces zeer strak begeleid of is er ruimte voor eigen initiatief en invulling?
  • Kunnen studenten situaties analyseren en aangeven welke verwachtingen er in welke situaties gelden?

Mogelijke acties

Bied taken / probleemstellingen aan die op verschillende manieren kunnen opgelost worden.

Bied een variatie aan werkvormen aan:

  • Klassikale les
  • Interactieve les
  • Begeleid zelfstandig leren
  • Experimenteel leren
  • Rollenspel
  • Projectwerk

Laat studenten mee bepalen hoe ze bepaalde doelstellingen kunnen bereiken.

Zie instrument voor de lerarenopleider, doel “Als lerarenopleider integreer je diversiteit in het totale onderwijsleerproces van studenten” voor meer voorbeelden en tips.

Analyseer diverse situaties en de verwachtingen die gelden in de desbetreffende situaties:

  • Wat gebeurt er?
  • Wat denk je hierbij?
  • Wat voel je?
  • Wat doe je in dergelijke situatie?
  • Wat heeft dit als gevolg?

Concrete inhouden & activiteiten

  • Rafa Rafa spel. Door het spel Rafa Rafa te spelen, ervaren jongeren aan den lijve wat het is om plotseling ondergedompeld te worden in een heel ander milieu waar de voorschriften en afspraken totaal anders zijn dan wat ze traditioneel gewoon zijn. Je kan het verkrijgen bij het Centrum voor Informatieve Spelen C.I.S. Centrum Informatieve Spelen, voor een uitgebreide recensie: Speldatabase
  • Bijkerk, L. & Van der Heide, W. (2006). Het gaat steeds beter! Activerende werkvormen voor de opleidingspraktijk.Houten: Bohn Stafleu van Loghum. O.a. rollenspel p 344 e.v. en woordenwisseling p 430 e.v.

Uitwerking

Lenny Gerinckx

Projectmedewerker “Bruggen bouwen voor gelijke onderwijskansen”, Steunpunt Diversiteit en Leren

Bronnen:

De uitwerking kwam tot stand i.s.m. de lerarenopleidingen van de partnerinstellingen van het project “Bruggen bouwen voor gelijke onderwijskansen”.